Flex-e gaat op de schop. En dit keer wordt hij echt flexibeler

Wie de Flex-e al eens heeft bekeken en toen dacht “goed idee, jammer van de uitvoering”, mag nu weer opletten. De ministeries van Ministerie van Economische Zaken en Ministerie van Klimaat en Groene Groei zijn een internetconsultatie gestart voor een ingrijpende wijziging van de Subsidieregeling flexibel elektriciteitsverbruik, oftewel Flex-e.

Niet een kleine reparatie. Maar een herontwerp. Met een nieuwe openstelling, een aangescherpt doel, een bredere doelgroep en een andere opzet van de regeling.

Kort gezegd. Minder blokkades. Meer realisme.

Twee doelen in plaats van één

De Flex-e krijgt voortaan twee afzonderlijke doelen.

Het eerste doel is bedrijven en instellingen helpen om op korte termijn te kunnen vestigen, groeien of verduurzamen door slimmer met elektriciteit om te gaan.

Het tweede doel is bedrijven en instellingen helpen om flexibel vermogen daadwerkelijk beschikbaar te maken voor congestiemanagement en het elektriciteitsnet.

Tot nu toe lag de focus vrijwel volledig op dat tweede doel. Flexibiliteit moest niet alleen worden gerealiseerd, maar ook actief worden ontsloten via congestiemanagement. En daar ging het vaak mis.

Waarom deze wijziging nodig was

In de huidige Flex-e kon subsidie worden aangevraagd voor flexibiliteitsscans, haalbaarheidsstudies en het realiseren van flexibiliteitsmaatregelen. Voor die laatste categorie gold echter een harde eis. Er moest een congestiemanagementcontract worden afgesloten.

In de praktijk bleek dat een struikelblok. Meer dan de helft van de aanvragen voor realisatie van flexibiliteitsmaatregelen werd afgewezen, vooral omdat zo’n contract ontbrak. Niet omdat de flexibiliteit er niet was, maar omdat de randvoorwaarden te zwaar waren.

Met de nieuwe opzet wordt dat onderscheid expliciet gemaakt. Een congestiemanagementcontract wordt alleen nog verplicht als de flexibiliteitsmaatregel ook daadwerkelijk bedoeld is om flexibel vermogen voor het net te ontsluiten. Dat maakt de regeling uitvoerbaarder en effectiever.

Doelgroep wordt breder

Ook hier wordt het realistischer. De doelgroep wordt verbreed van bedrijven met een gecontracteerd transportvermogen van 100 kW of meer naar alle bedrijven en instellingen met een grootverbruikersaansluiting.

Daarmee krijgen ook partijen met een lager gecontracteerd vermogen toegang tot subsidie voor flexibiliteitsscans, haalbaarheidsstudies en flexibiliteitsmaatregelen.

Eén belangrijke voorwaarde blijft overeind. De aansluiting moet liggen in een postcodegebied waar door de netbeheerder congestie voor elektriciteitsafname is afgekondigd.

Vier onderdelen. Met duidelijke verschillen

De nieuwe Flex-e bestaat straks uit vier subsidiabele activiteiten.

Onderdeel A is de flexibiliteitsscan. Een maatwerkadvies dat inzicht geeft in realistische flexibiliteitsmaatregelen, passend bij de locatie en het energieprofiel van de aanvrager.

Onderdeel B is de haalbaarheidsstudie. Deze onderzoekt of een flexibiliteitsmaatregel technisch en financieel haalbaar is.

Onderdeel C betreft de realisatie van flexibiliteitsmaatregelen met een gezamenlijk flexibel vermogen van minder dan 100 kW. Dit onderdeel is gericht op flexibiliseren om te kunnen vestigen, groeien of verduurzamen. Voor dit onderdeel is geen congestiemanagementcontract vereist.

Onderdeel D ziet op de realisatie van flexibiliteitsmaatregelen met een gezamenlijk flexibel vermogen van 100 kW of meer. Dit onderdeel is nadrukkelijk bedoeld voor het ontsluiten van flexibel vermogen voor congestiemanagement en het net. Hier is een congestiemanagementcontract wel verplicht.

De aanvraagvereisten en subsidieverplichtingen verschillen dus bewust tussen C en D.

Subsidiepercentages blijven gelijk

Hoewel de doelgroep wordt verbreed, blijven de subsidiepercentages en het minimale en maximale subsidiebedrag per aanvraag ongewijzigd. De wijziging zit niet in de hoogte van de steun, maar in de toegankelijkheid en de voorwaarden.

Openstelling en budgetten

Het is nog niet bekend wanneer de nieuwe openstelling start. De sluitingsdatum is voorlopig vastgesteld op 15 oktober 2026.

De deelplafonds voor de komende openstellingsronde zijn als volgt vastgesteld:

€ 4.000.000 voor onderdeel A, flexibiliteitsscans
€ 10.000.000 voor onderdeel B, haalbaarheidsstudies
€ 6.604.200 voor onderdeel C, realisatie flexibiliteitsmaatregelen kleiner dan 100 kW
€ 9.906.300 voor onderdeel D, realisatie flexibiliteitsmaatregelen van 100 kW of meer

Deze budgetten zijn herzien op basis van de ervaringen uit de eerste openstellingsronde en sluiten beter aan bij de daadwerkelijke vraag vanuit de markt.

Wat betekent dit concreet

De Flex-e wordt minder alles of niets. Bedrijven kunnen straks ook flexibiliteitsmaatregelen realiseren zonder meteen vast te zitten aan zware verplichtingen die vooral voor het net relevant zijn.

Dat maakt de regeling interessanter voor een bredere groep bedrijven. En eerlijker in wat er wordt gevraagd tegenover wat er wordt gesubsidieerd.

Wordt vervolgd. Zodra de consultatie is afgerond en de nieuwe openstelling concreet wordt, duiken wij er weer bovenop.