De Rijksdienst voor Ondernemend Nederland opent opnieuw de VEKI-regeling. Vanaf 7 mei 2026 is er € 125 miljoen beschikbaar voor industriële bedrijven die willen investeren in CO₂-reductie. De regeling loopt tot en met 28 januari 2027, maar die einddatum zegt weinig. Aanvragen worden behandeld op volgorde van binnenkomst, en in de praktijk betekent dat dat het budget vaak al vroeg is vergeven.
De VEKI is geen subsidie voor plannen of verkenningen. Dit is een regeling voor bedrijven die al weten wat ze willen bouwen en richting een investeringsbesluit bewegen. De technologie moet zich hebben bewezen. Het doel is niet ontwikkelen, maar versnellen. Projecten moeten direct bijdragen aan aantoonbare CO₂-reductie binnen het productieproces.
Daarmee ligt de lat hoog. De subsidie richt zich op de onrendabele top van de investering. Je moet dus exact onderbouwen welk deel zonder subsidie niet rendabel is. In de praktijk gaat het hier vaak mis. Niet omdat projecten inhoudelijk zwak zijn, maar omdat de onderbouwing onvoldoende scherp is. Denk aan te globale CO₂-berekeningen, kosten die niet zuiver zijn afgebakend of een businesscase die blijft hangen in aannames.
De projecten die wél succesvol zijn, hebben hun fundament vooraf op orde. Daarbij zien we steeds dezelfde succesfactoren terug:
- een concreet en technisch uitgewerkt investeringsplan
- een harde en verifieerbare CO₂-reductieberekening
- een scherp afgebakende onrendabele top
- en een aanvraag die direct bij openstelling kan worden ingediend
Juist dat laatste maakt het verschil. Wie pas begint op het moment dat de regeling opent, komt vrijwel altijd te laat. De realiteit is dat deze subsidie wordt verdeeld onder partijen die al klaarstaan.
Voor industriële bedrijven die toch al voor een investeringsbeslissing staan, is de VEKI één van de krachtigste regelingen die er is. Met een maximaal subsidiebedrag van € 30 miljoen kan het net het verschil maken tussen uitstellen en realiseren.
Subvice begeleidt dit traject van begin tot eind. Niet door simpelweg een aanvraag te schrijven, maar door vooraf kritisch te toetsen of een project echt kans maakt. Vervolgens zorgen we voor een onderbouwing die inhoudelijk klopt en overeind blijft bij beoordeling.
Wie serieus wil instappen, moet nu in beweging komen. Dat is geen advies, maar een realiteit.



