Prinsjesdag lekt uit: waar gaat het subsidiegeld naartoe?

Het koffertje blijft nog een week dicht.

De inhoud iets minder.

Uit de gelekte Prinsjesdagstukken worden langzaam de contouren zichtbaar van het subsidie, innovatie en investeringsbeleid voor 2027.

En voor ondernemers zit daar genoeg interessants tussen.

De grote lijn?

Nederland wil meer investeren in innovatie, technologische ontwikkeling, verduurzaming en vooral de stap van ontwikkelen naar daadwerkelijk opschalen.

€ 3,3 miljard voor nieuwe investeringsinstelling

De grootste klapper is voorlopig de voorgenomen € 3,3 miljard voor de Nationale Investeringsinstelling.

Geen nieuwe subsidieregeling.

Wel een nieuwe publieke financieringspartij die juist interessant kan worden voor innovatieve bedrijven die tegen de grenzen van traditionele subsidies en bancaire financiering aanlopen.

De instelling moet risicodragend kapitaal beschikbaar maken voor bedrijven en projecten die belangrijk zijn voor het Nederlandse verdienvermogen, maar waarvoor financiering vanuit de markt onvoldoende beschikbaar komt.

Denk aan startups en scaleups, nieuwe technologie, industriële opschaling en strategische productieketens.

Daarmee lijkt het kabinet een bekend probleem nadrukkelijker te willen aanpakken.

Voor het ontwikkelen van een innovatie zijn in Nederland verschillende subsidies beschikbaar.

Maar zodra een bedrijf van pilot naar fabriek, productielijn of grootschalige marktintroductie wil, loopt de financieringsbehoefte snel op.

Juist die stap moet makkelijker worden.

Subsidie én financiering

Dat is ook voor het subsidielandschap interessant.

Innovatieve projecten worden nu bijvoorbeeld ondersteund via instrumenten zoals WBSO, MIT, Innovatiekrediet, DEI+, MOOI en verschillende Europese programma’s.

Maar subsidie dekt zelden de volledige investering.

Bij grotere demonstratie en opschalingsprojecten blijft daarom vaak een forse financieringsbehoefte over.

De plannen voor de Nationale Investeringsinstelling wijzen erop dat het kabinet subsidie en publieke financiering nadrukkelijker naast elkaar wil inzetten.

Voor innovatieve bedrijven kan de financieringsmix daardoor belangrijker worden:

subsidie voor ontwikkeling en demonstratie

fiscaal voordeel voor R&D

publieke financiering voor opschaling

privaat kapitaal voor verdere groei

Niet één regeling dus, maar verschillende instrumenten die elkaar moeten versterken.

WBSO blijft een belangrijk fundament

Ook de WBSO blijft een van de belangrijkste instrumenten voor innovatie.

Het beschikbare WBSO budget bedraagt in 2026 € 1,8 miljard.

Daarmee ondersteunt de overheid bedrijven die zelf speur en ontwikkelingswerk uitvoeren.

Vooral ontwikkelingen binnen de Nationale Technologiestrategie krijgen beleidsmatig veel aandacht. Denk aan AI, cybersecurity, quantumtechnologie, slimme machines en systemen en technologie rondom duurzame energie en opslag.

Dat geeft ook een goede indicatie van waar de overheid de komende jaren haar innovatiegeld op wil richten.

Technologische autonomie en strategische technologie worden steeds belangrijker.

Innovatiebox: forfait omhoog naar € 100.000

Ook binnen de innovatiebox lijkt er iets te veranderen.

Bedrijven met zelf ontwikkelde immateriële activa kunnen voor de innovatiebox onder voorwaarden gebruikmaken van een forfaitaire regeling. Daarbij wordt een vast deel van de winst aangemerkt als voordeel uit innovatieve activiteiten, zonder dat dit voordeel volledig afzonderlijk hoeft te worden berekend.

Het kabinet wil het maximale bedrag binnen deze forfaitaire regeling verhogen van € 25.000 naar € 100.000.

Dat is vooral interessant voor kleinere innovatieve bedrijven die wel winst maken met hun eigen innovatie, maar waarvoor een uitgebreide berekening van het innovatieboxvoordeel relatief zwaar is.

De verhoging maakt het mogelijk om een groter deel van het innovatievoordeel op een eenvoudigere manier binnen de innovatiebox te brengen.

Geen extra subsidie dus.

Wel een fiscaal voordeel dat voor innovatieve mkb bedrijven een stuk relevanter kan worden.

Energie innovatie blijft overeind

Ook aan de energie en klimaatkant blijft subsidie een belangrijk instrument.

In 2026 lopen daarvoor verschillende forse regelingen.

Zo is voor de Versnelde klimaatinvesteringen industrie, de VEKI, € 123,2 miljoen beschikbaar.

Ook de DEI+ blijft een belangrijk instrument voor pilot en demonstratieprojecten rondom energie en CO2 reductie.

Binnen de energie innovatieregelingen wordt onder andere geld beschikbaar gesteld voor verduurzaming van de industrie, waterstof en groene chemie, vergassing van reststromen, circulaire economie, flexibiliteit van het energiesysteem en verduurzaming van de gebouwde omgeving.

De verwachting is daarom niet dat energie innovatie in 2027 naar de achtergrond verdwijnt.

Integendeel.

Netcongestie, elektrificatie en verduurzaming van de industrie vragen juist om forse investeringen.

Van innovatie naar toepassing

Wat vooral opvalt aan de plannen is dat de focus steeds minder uitsluitend op onderzoek ligt.

Een goede innovatie bedenken is niet genoeg.

De overheid wil dat technologie ook daadwerkelijk wordt toegepast en opgeschaald in Nederland.

Dat zien we nu al terug in regelingen als DEI+ en VEKI.

Maar ook financieringsinstrumenten zoals Innovatiekrediet en straks mogelijk de Nationale Investeringsinstelling passen in die beweging.

Voor bedrijven betekent dat dat een subsidieaanvraag steeds vaker onderdeel wordt van een veel groter financieringsplaatje.

Wat kost de ontwikkeling?

Wat kost de demonstratie?

Wat kost commerciële opschaling?

En hoe financier je iedere fase?

Dat wordt minstens zo belangrijk als alleen de vraag: welke subsidie kan ik krijgen?

Nog geen definitieve subsidiepotjes voor 2027

Eén belangrijke kanttekening.

Prinsjesdag is pas op 15 september.

De definitieve begrotingen voor 2027 zijn nog niet gepubliceerd en veel specifieke subsidieplafonds en openstellingen volgen bovendien pas later.

We weten dus nog niet hoeveel budget er in 2027 beschikbaar komt voor bijvoorbeeld DEI+, MIT, VEKI, MOOI of andere afzonderlijke regelingen.

Daar gaan we nu ook niet op vooruitlopen.

Wat uit de gelekte stukken wél duidelijk wordt, is de richting.

Meer aandacht voor innovatie.

Meer geld voor doorgroei en opschaling.

Meer publieke financiering naast subsidies.

En blijvende aandacht voor energie, verduurzaming en strategische technologie.

Op 15 september gaat het koffertje officieel open.

Dan kijken wij vooral naar de tabellen achter de mooie woorden.

Want uiteindelijk willen we natuurlijk maar één ding weten:

Waar liggen in 2027 de subsidiekansen?